Interview Johan Sanders

"Voor de échte ontwikkeling van de biobased economy moeten bedrijven uit de verschillende sectoren én de politiek zich gaan verbinden."

Interview met Em. Prof. dr. Johan Sanders, Wageningen Food & Biobased Research

Tijdens de Startconferentie van Grenzeloos Biobased Onderwijs op 21 april 2017 in Hasselt, nam Em. Prof. dr. Johan Sanders van, Wageningen Food & Biobased Research de aanwezigen mee in de kansen en uitdagingen van de biobased economy. Hij stelt dat het alleen mogelijk is om te concurreren met fossiele bronnen als we  biomassacomponenten scheiden en deze op hun hoogste waarde gebruiken. Daarvoor is behoefte aan nieuwe technologieën, terwijl de huidige investeringen  en de gevestigde belangen in de industrie een belemmering vormen voor radicale innovatie. Sanders ziet het als de taak van de overheid om het voortouw te nemen in een gezamenlijke visieontwikkeling met onderwijs en bedrijfsleven, waarbij het onderwijs moet zorgen voor de 'injectie' van nieuwe kennis en een nieuwe, sector-overstijgende manier van denken.

Er wordt veel gesproken over de 'biobased economy', maar waar hebben we het dan eigenlijk over?
"Tot ongeveer 250 jaar geleden was vrijwel al onze energie, materialen, en voeding gebaseerd op biomassa. We voerden granen en appels aan onze dieren, die mensen en goederen vervoerden, maar ook vlees, melk, wol en leer leverden. En we stookten onze kachels met hout om onszelf warm te houden, en gebruikten het als bouwmateriaal, als brandstof voor eenvoudige productieprocessen en als grondstof voor papier. In de afgelopen 250 jaar zijn we steeds meer overgegaan op fossiele grond- en brandstoffen. Dat de aardolie nu langzaam uitgeput raakt, is een belangrijke aanleiding om weer terug te keren naar een economie die (deels) draait op biomassa, maar vooral ook de klimaatverandering door broeikasgassen en verschillende geo-politieke ontwikkelingen. We spreken van een 'bio-economie' als zo'n 30% van onze fossiele grondstoffen vervangen zijn door biomassa. Het gaat daarbij dan over het gebruik van biomassa voor niet-voedsel toepassingen, zoals bijvoorbeeld chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen elektriciteit en warmte. Biomassa kan daarbij van gewassen afkomstig zijn die groeien op land of in zee, maar ook van reststromen uit de bosbouw, agro- en voedingsmiddelenindustrie of andere industriële sectoren."

"Afval van de een is grondstof voor de ander."

Er liggen duidelijk kansen voor de biobased economy, maar waarom duurt het zo lang?
"Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, die nauw met elkaar samen hangen. De eerste zit in de manier waarop nog vaak tegen innovatie op het gebied van duurzaamheid wordt aangekeken. Het is nog vaak een kwestie van 'pleisters plakken'. Men zoekt de oplossing in verwijderen, zoals CO2 onder de grond stoppen, verspreiden of verwerken. Ik denk dat veel mensen gevangen zitten in een dogma dat milieu oplossingen geld kosten. En daarom niet willen, durven denken in het voorkomen van problemen of zelf aan verdienmodellen. Terwijl dáár de echt duurzame oplossingen zitten. Die vinden we echter alleen met nieuwe technologie en radicale innovaties, waarbij sectoren over hun grenzen heen kijken.

Sectoren moeten elkaars taal leren spreken, hun oude werkwijzen loslaten en een gezamenlijke visie ontwikkelen, omdat ze elkaar kunnen helpen: afval van de een is grondstof voor de ander."

"Vooral ook de rol en positie van de landbouw als hofleverancier van de biogebaseerde economie zal daarbij enorm veranderen. Nu is de landbouw vaak sterk gericht op het maken van één product, meestal voedingsmiddelen. De rest van de oogst wordt als afval beschouwd, terwijl juist uit die rest nog waardevolle stoffen kunnen worden gehaald. In de nabije toekomst zul je een grote ontwikkeling zien van kleinschalige, lokale bioraffinage. De vernieuwing ontstaat op die kleine schaal, want daar is de vernieuwingsbarrière het laagst. Voor de grote bedrijven zijn er teveel gevestigde belangen, daar gaat het niet vandaan komen."

Wat is er nodig om die ontwikkeling te versnellen?
"Ik denk dat daar belangrijke rollen zijn weggelegd voor de overheid en voor het onderwijs. Naar mijn idee laat de overheid zijn oren te veel hangen naar de markt. De overheid zou voorop moeten lopen in het ontwikkelen van een gezamenlijke visie en op het creëren van een level playing field. Nu ontbreekt dat en dat komt deels door de overheid zelf. Het gaat dus in eerste instantie niet zozeer om het nemen van stimulerende maatregelen, maar meer om het wegnemen van obstakels. Door de bestaande wet- en regelgeving komt bioraffinage moeilijker van de grond. Dit geldt bijv. voor de SDE+ subsidie duurzame energie maar zeker ook voor onze afval wetgeving. Onder invloed van de SDE+ worden hoogwaardige biomassa grondstoffen eerder voor de opwekking van elektriciteit en warmte gebruikt dan voor chemicaliën en materialen die niet gesubsidieerd worden. En reststromen uit industrie en landbouw worden door de wetgeving veelal als afval betiteld, om de toepassing ervan in (vee)voeding te voorkomen. Maar daarmee wordt ook de toepassing voor non-food belemmerd. Ook op politiek/bestuurlijk niveau zal dus de verbinding gemaakt moeten worden tussen landbouw en economie. De overheid heeft daar ook belang bij, om de doelstellingen van Parijs 2050 op een betaalbare manier te halen én omdat biomassa als grondstof zorgt voor een forse uitbreiding van de werkgelegenheid."

"En daar komt het onderwijs in beeld. Want de veranderingen in de economie leveren in de komende jaren nieuwe typen banen op en vragen ook om andere competenties. Zo zijn biobased grondstoffen complexer en onvoorspelbaarder dan fossiele. Studenten moeten daarom loskomen van de 'economy of scale’ en van goedkope grondstoffen. Juist biomassa levert grondstoffen van een hogere kwaliteit, zodat deel van de kapitaalskosten kunnen worden vermeden die met laag waardige fossiele grondstoffen wel nodig zijn. Wanneer processen minder kapitaalsintensief zijn, zijn deze ook minder afhankelijk van schaalvoordeel. Daardoor komt de optimale grootte van een fabriek heel anders te liggen dan we nu gewend zijn in de industrie."

"We moeten leren hoe we met schaarste in grondstoffen omgaan en hoe we versnelling in innovatie verkrijgen nu de klimaatverandering ons daartoe de urgentie oplegt. Ook een meer sector-overschrijdende kijk op ontwikkelingen wordt een belangrijke competentie, om te leren samenwerken en nieuwe processen en nieuwe ketens op te zetten. De nieuwe generatie professionals die over een paar jaar het bedrijfsleven instroomt kan straks, met haar nieuwe competenties, kennis en een andere instelling, gaan zorgen voor structurele en duurzame veranderingen in de markt."

Projectmanager Marco de Lange 

"Als iedereen zijn rol pakt, kan het snel gaan"

Projectmanager Grenzeloos Biobased Onderwijs Marco de Lange ziet 'biobased' niet als een aparte sector...

Marktconsultatie professional biobased economy

De biobased economy biedt kansen voor economische groei in de Vlaams-Nederlandse grensregio. Maar wat is er nodig aan...

Interview Johan Sanders

"Voor de échte ontwikkeling van de biobased economy moeten bedrijven uit de verschillende sectoren én de politiek zich gaan verbinden."

Meer informatie?
GBO@dordrecht.nl