Fossiele grondstoffen behoren tot het verleden, dat beseft ook de industrie.  Klassieke chemische processen worden stilaan vervangen door alternatieve, biogebaseerde processen. Lees: kleurstoffen halen uit algen, textiel maken van zetmeel, op gras rijden en jawel, insecten eten. Maar om de komende generatie chemici en agro-, bio- en voedingstechnologen klaar te stomen voor een biogebaseerde economie, hebben ze specifieke kennis en vaardigheden nodig. Daar spelen verschillende middelbare scholen, hogescholen en een universiteit in de grensregio Vlaanderen-Nederland handig op in.

In het labolokaal word ik omringd door studenten in witte stofjassen die druk in de weer zijn met pipetjes. In de hoek staat een machine vol erlenmeyers te bibberen, er worden groene algen uit gecentrifugeerd. Aan de muur hangt een poster over de voordelen van insectenkoekjes.

Dit wetenschappelijk wonderland heeft een naam: Thomas More Hogeschool in Geel, één van de partners binnen het onderzoeksproject Grenzeloos Biobased Onderwijs (GBO), waarin meerdere kenniscentra uit de grensregio Vlaanderen-Nederland zich hebben verenigd. Ze willen studenten en docenten klaarstomen voor de biobased economy.

Wat dat dan is? Rut Vleugels, onderzoeker en docent aan Thomas More, geeft uitleg: “Onze fossiele grondstoffen raken uitgeput. De industrie beseft dat, en richt haar pijlen meer en meer op biogebaseerde grondstoffen. Daar zit nog heel veel potentieel. Ik denk dat zo goed als alle voorwerpen die ik voor me zie daaruit zouden kunnen worden gemaakt: van de tafels en de stoelen in het lokaal, tot de bril die ik op heb. Tien jaar geleden bleef het nog bij woorden, nu zijn we volop bezig met de ideeën omzetten in daden.”

Geroosterde krekels
Eén van die daden is het onderzoek van de hogeschool naar het potentieel van algen. Dat blijken echte wonderorganismen. Ze produceren ongeveer de helft van de zuurstof op aarde en verbruiken tegelijkertijd broeikasgas CO2. Ze bevatten belangrijke voedingsstoffen en pigmenten, en last but not least vereist hun teelt geen vruchtbare landbouwgrond of zoet water.

Naast algen wordt hier ook onderzocht hoe insecten kunnen bijdragen aan de biobased economy. Zwarte wapenvliegen, huiskrekels en meeltorren staan garant voor ontzettend veel toepassingen: waterzuivering, farmaceutische producten, cosmetica, het afbreken van biomassa, veevoer, maar ook voedsel voor mensen. Docent Liesbeth Vogels biedt me een geroosterde krekel aan. Hij smaakt verrassend lekker: iets tussen spek en chips.

De tools
Vogels’ collega Lieve Rombouts troont me mee naar de serres waarin vier fotobioreactoren staan: ingenieuze toestellen waarin water, lucht aangereikt met CO2 en groeiende algen circuleren. Rombouts koestert de hoop dat er in Vlaanderen nog veel fotobioreactoren bijkomen. “De bloemenkweek in Vlaanderen is zo goed als weggevallen”, vertelt ze. “De lege serres zouden nu perfect kunnen worden gebruikt voor de kweek van algen.”


“De infrastructuur van Thomas More is niet de enige in de grensregio die het onderzoeken en ondersteunen van de biobased economy vergemakkelijkt”, vertelt Manfred van de Kreeke van ROC West-Brabant, ook partner in het GBO-project. “Niet alle apparatuur is overal in Vlaanderen en Nederland aanwezig, maar de partnerinstellingen zijn gelukkig wel bereid om hun faciliteiten met elkaar te delen.”

Professional van de toekomst
Bedrijven die volop willen investeren in meer circulaire alternatieven, moeten naast de nodige infrastructuur ook op de nodige competenties van hun werknemers kunnen rekenen. Bart Wuyts, CEO van GBO-partner Blenders, vertelt welke dat zijn. “De technische competenties van jonge afgestudeerden zijn natuurlijk erg belangrijk voor de industrie, maar we krijgen ook veel vragen naar de soft skills van studenten. Hun capaciteit om kritisch te analyseren en in systemen te denken, net als hun sociale en communicatieve vaardigheden, blijken voor de industrie net zo belangrijk.”

Julien, laatstejaarsstudent agro- en biotechnologie in Geel, ziet de toekomst rooskleurig in. “In ons vak heb je vooral doorzettingsvermogen nodig, en een pioniersmentaliteit. Je moet durven bedenken en experimenteren. Er gaan nu veel jongeren in Brussel roepen voor het milieu, maar wij willen de verandering ook waarmaken. Onze grote uitdaging is om het totale proces biologisch te maken, en dus ook de toevoer van energie die nodig is om biogebaseerde producten te maken.”

Niet alleen Thomas More in Geel ziet daarin voor zichzelf een rol weggelegd. HOGENT nodigde op 1 februari docenten uit middelbare en hogescholen uit om info te vergaren over de lespakketten systeemdenken, duurzaamheidsdenken en (toepassingen in) de biobased economy. Het komende jaar kan je op www.biobasedonderwijs.eu nieuwe en volledige uitgewerkte lespakketten vinden waarmee je op school aan de slag kan.



Tekst Arkasha Keysers

Het nieuwe goud is groen

Fossiele grondstoffen behoren tot het verleden, dat beseft ook de industrie.  Klassieke chemische processen worden stilaan vervangen door alternatieve, biogebaseerde processen. Lees: kleurstoffen halen uit algen, textiel maken..

Van sculptuur tot fietsnietje

Op dinsdag 15 januari 2019 kwamen verschillende opdrachtgevers en betrokkenen van het Biopolymeer Applicatie Centrum naar de eindpresentatie van het BAC stageteam. Met veel enthousiasme vertelden de studenten..

Verslag GBO Masterclass Biobased economy

Wat is een biobased economie en wat is het verschil met een circulaire economie? Waar kan ik een levenscyclus analyse (LCA) voor gebruiken en wat kunnen hernieuwbare grondstoffen betekenen in de bouwwereld en de wereld van plastics?

Save the date

14 maart 
Docentendag Internationalisering Biobased Onderwijs

21 maart 
Start postgraduaat biogebaseerde en circulaire economie

18 april 
Natural Fibertastic 2019, matchmaking event GBO

Meer informatie?
GBO@dordrecht.nl